Het belangrijkste verschil met MIG-lassen is dat bij MIG-solderen een draad gebruikt wordt van een koperlegering. Daarvan is een beperkt aantal varianten beschikbaar, met elk hun eigen toepassingsgebied.
Een belangrijke reden voor het toepassen van MIG-solderen is het feit dat de te verbinden delen tijdens het lassen ca. 500 °C minder warm worden, wat zich onder andere uit in minder vervorming en minder verkleuring van de las.
Bij het MIG-solderen van RVS verkleurt alleen het materiaaloppervlak een beetje, maar het verbrandt nauwelijks. Mechanisch verwijderen van het verbrande oppervlak kan daarmee achterwege blijven en uitsluitend beitsen is vervolgens voldoende voor het terugkrijgen van het oorspronkelijke gladde en blanke RVS-oppervlak.
Verder is MIG-solderen een verbindingstechniek om dunne stalen plaatdelen met weinig of geen vervorming te kunnen verbinden.
Als het oppervlak is voorzien van een dunne zinklaag, zoals bij Zincor plaat, blijft deze zinklaag in tact en kan een belangrijk deel van het dure nabewerken vervallen.
In ISO 4063 wordt dit proces aangeduid met nummer 131.
Dit is hetzelfde nummer als voor MIG-lassen.
