MIG staat voor Metal Inert Gas, in Engelstalige landen ook wel aangeduid met GMAW.
“Metal” staat hier voor een automatisch aangevoerde lasdraad, welke afsmelt en opgaat in de las. “Inert” wil zeggen dat het schermgas niet met het smeltbad reageert. “Gas” is bij MIG over het algemeen argon.
Voor het verkrijgen van een hetere vlamboog (lees diepere inbranding) kan dit gedeeltelijk of zelfs helemaal vervangen worden door het in Europa veel duurdere Helium. De zuiverheid van het gas is uitermate belangrijk voor de kwaliteit van de las. Afhankelijk van de leveranciers is dat in de praktijk als indicatie bijvoorbeeld 99,996% zuiver. Deze zuiverheid aangeduid met 4,6, ofwel 4 negens en een 6. De meest storende vervuiling in het gas bij MIG is altijd vocht of lucht.
Bij het MIG kan gekozen worden voor een constante of voor een pulserende gelijkstroom. Bij een pulserende stroom wordt bij elke puls steeds exact hetzelfde aantal druppeltjes lasdraad afgesmolten en heel beheerst in het smeltbad “gelegd”. Deze druppeltjes zijn veel kleiner dan bijvoorbeeld bij het MAG-lassen, maar gaan met een hogere snelheid het smeltbad in. Dit heeft tot gevolg dat er een hogere inbranding gerealiseerd wordt bij een lagere heat input. Het ontstaan van spatten is bij een pulsstroom minimaal tot nihil.
Volgens ISO 4063 wordt dit proces aangeduid met nummer 131.
