Plasma

Het plasma-lasproces lijkt in een aantal opzichten op het TIG-lasproces.

Een belangrijk verschil is dat het proces 2 bogen kent, een pilotboog en een lasboog. Het proces wordt gestart met het ontsteken van de plasmaboog binnen in de toorts. Deze boog wordt ontstoken en kan blijven bestaan zonder dat er een stroom loopt tussen de toorts en het werkstuk.

De warmte voor het lassen komt van de tweede stroom, de eigenlijke lastroom. Deze loopt tussen de wolfraamstift van de toorts en het werkstuk en kan onafhankelijk van de stroom voor de pilotboog ingeschakeld en gedoseerd worden.

Het kenmerk van plasma-lassen is dat deze een nauwe boog met een hoge energiedichtheid kent. Daardoor zou men dit proces een plaats kunnen geven die het midden houdt tussen TIG-lassen en laserlassen. Omdat de boog een hoge energiedichtheid kent en daardoor vooral bij dun materiaal een grote voortloopsnelheid vereist is, komt plasmalassen het best tot zijn recht als dit geautomatiseerd toegepast wordt.

Bij ProduLAS is geautomatiseerd plasma-lassen mogelijk voor Aluminium, RVS en koolstofstaal, in diktes variƫrend van enige tienden tot een beperkt aantal millimeters.

In ISO 4063 wordt dit proces aangeduid met nummer 15.

Comments are closed.