tig

TIG staat voor Tungsten Inert Gas.

Andere namen voor ditzelfde proces zijn WIG (Duits) of GTAW (Engels). Een elektrische vlamboog tussen een Wolfram stift en het werkstuk zorgt bij dit proces voor de noodzakelijke laswarmte.

Het kan noodzakelijk zijn plaatselijk handmatig of machinaal extra materiaal toe te voegen. Dit is het geval als er te weinig materiaal aanwezig is voor het maken van een las van voldoende dikte of omdat het lasmetaal een andere samenstelling moet krijgen dan het basismateriaal. Een voorbeeld van het laatste is het lassen van aluminium profielen, ter voorkoming van warmscheuren tijdens het stollen van de las.

TIG-lassen kan zowel met wisselstroom als met gelijkstroom uitgevoerd worden. Aluminium geeft in principe alleen goede resultaten met wisselstroom. Staal en RVS laten zich daarentegen het beste lassen met gelijkstroom. Naast het lassen met een constante stroom bestaat er Puls-TIG. Deze procesvariant maakt het mogelijk bij dunner materiaal een goede inbranding te realiseren zonder dat er gaten in het product vallen of er productvervormingen ontstaan.

TIG-lassen geeft over het algemeen een bijzonder fraai en regelmatig lasuiterlijk, ook aan de begin- en eindpunten van de las. Een belangrijke basis daarvoor is het feit dat de draadaanvoer en de laswarmte los van elkaar te doseren zijn.

Een nadeel van dit proces is de belangrijk lagere lassnelheid ten opzichte van MIG. Als indicatie is dit 50%.

Het spatten bij TIG is in principe nihil.

In ISO 4063 wordt dit proces aangeduid met nummer 141.

Comments are closed.